|
|
|||
Helena van Tijn [I114738]Dochter van David Arie van Tijn en Henriette Rosendaal. Geboren 20 jun 1890 (2 Tamuz 5650) Enschede, Overijssel, Nederland, bron: WieWasWie (geboorten) (Helena van Tijn Enschede 1890/273). Overleden 5 nov 1985 (21 Cheshvan 5746), leeftijd 95 jaar
Gehuwd 12 jan 1916 (7 Shevat 5676) Enschede, Overijssel, Nederland, leeftijd 25 jaar, bron: WieWasWie (huwelijken) (Levie Kattenburg x Helena van Tijn Enschede 1916/4) (24 jaar gehuwd) met: Levie Kattenburg [I114737], leeftijd bij huwelijk 30 jaarZoon van Meijer Kattenburg en Debora Garf. Geboren 31 mei 1885 (17 Sivan 5645) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland, bron: Gezinskaart Amsterdam E (Kattenburg, M. - 30-06-1854 - 5422-0725-2290). Overleden 5 aug 1940 (1 Av 5700) Naarden, Noord-Holland, Nederland, leeftijd 55 jaar, bron: WieWasWie (overlijdens) (Levie Kattenburg Naarden 1940/53). Beroep: fabrikant (1916), bron: WieWasWie (huwelijken) (Levie Kattenburg x Helena van Tijn Enschede 1916/4) Woonplaats (gezin): Naarden, Noord-Holland, Nederland (1 mei 1940 (23 Nisan 5700))
Kinderen:
1.
Debora Henriette Kattenburg [I1448]Geboren 9 okt 1916 (12 Tishrei 5677) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland, bron: Archiefkaart Amsterdam E (persoonskaart) ([van] Tijn, Helena - 28-06-1890 - A01232_0825_0435). Overleden 24 feb 1995 (24 Adar I 5755) Blaricum, Noord-Holland, Nederland, leeftijd 78 jaar, bronnen: Persoonskaart/ persoonslijst CBG (E) (Debora Henriette Kattenburg 09-10-1916), Online-Familieberichten (overl. adv. Debora Henriette van Hessen - Kattenburg) Debora Henriette Kattenburg was draagster van het Verzetsherdenkingskruis., bron: Online-Familieberichten (overl. adv. Debora Henriette van Hessen - Kattenburg febr. 1995) 2.
Martin Louis Kattenburg [I114762]Geboren 1 jul 1922 (5 Tamuz 5682) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland, bron: Gezinskaart Amsterdam E (Kattenburg, L. - 31-05-1885 - 5422-0725-2220). Overleden 17 jul 1948 (10 Tamuz 5708) Ashdod, Israel, leeftijd 26 jaar Ontleend aan http://machal.org.il/index.php?option=com_content&view=article&id=210&Itemid=297&lang=en Martin Louis Kattenburg Martin Louis Kattenburg, son of Levi and Helena, was born on July 1st, 1922 in Amsterdam, Holland, and had completed high school before World War II broke out. The German army invaded Holland in 1940, and in the same year his father died. His brother was taken by the Nazis to Auschwitz, and was murdered there. Martin managed to hide his Jewish identity until the enemy was expelled from Holland. He was deeply affected by the loss of his brother. After the war, he studied chemistry and physics at the University of Amsterdam. His interests included music, singing, and art. When he heard of the November 1947 United Nations Partition Resolution approving the establishment of an independent Jewish State, he volunteered to serve in the War of Independence in order to help prevent another massacre of his people. In December 1947, he traveled to Marseilles, without a passport, and reported to the Haganah training camp for volunteers, where he was nicknamed Popov." He arrived in Israel in April 1948, part of a group of refugees and volunteers, but he left them to join a combat unit. At all times he maintained his personal character, his individuality and independence; even while at the front he read from his book of poetry. Martin Louis Kattenburg fell as a soldier in the Palmachs Negev Brigade, on the Ashdod front on July 17th, 1948. Translated from the Yizkor (Memorial Book) by Joe Woolf 25.2.2009 3.
![]() Dick Kattenburg [I114760]Geboren 11 nov 1919 (18 Cheshvan 5680) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland, bron: Gezinskaart Amsterdam E (Kattenburg, L. - 31-05-1885 - 5422-0725-2220). Overleden 30 sep 1944 (13 Tishrei 5705) Midden-Europa, leeftijd 24 jaar, doodsoorzaak: vermoord, bron: Joods Monument Joodse Gemeenschap in Nederland. Beroep: componist, bron: Joods Monument Joodse Gemeenschap in Nederland Ontleend aan https://leosmitfoundation.org/dick-kattenburg Dick Kattenburg kwam in Amsterdam ter wereld, maar verhuisde op jonge leeftijd met zijn familie naar Naarden. Zijn vader was textielfabrikant en directeur van Hollandia-Kattenburg, een voor Amsterdammers bekend gebouw aan de overkant van het IJ. Dick en zijn broer Tom kregen vanaf jonge leeftijd een gedegen muzikale opleiding. Tom werd concertpianist, Dick studeerde muziektheorie en viool in Antwerpen en volgde in Den Haag dezelfde vakken. Hij had les van o.a. Willem Pijper. Kort na zijn staatsexamen, in 1941, werd Kattenburg wegens zijn joodse afkomst gedwongen onder te duiken. Hij kon terecht bij een vriendin in Utrecht, Ytia Walburg Schmidt. Deze schuilplaats werd echter verraden, en in de jaren die volgden zwierf Kattenburg langs een aantal andere adressen. Volgens een naoorlogs bericht van het Rode Kruis was Uiterwaardenstraat 387 in Amsterdam daarvan het laatste. Kattenburg gebruikte de schuilnamen "Van Assendelft van Wijck" en "K. van Drunen". Op 5 mei 1944 werd Kattenburg opgepakt, waarschijnlijk tijdens een razzia in een bioscoop. In Westerbork zag hij nog kans een briefje naar zijn oom en tante in Amsterdam te sturen. Kort daarna, op 19 mei 1944, werd hij naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij tussen 22 mei en 30 september werd vermoord, amper vijfentwintig jaar oud. Gedurende zijn korte leven schreef Kattenburg een dertigtal composities voor diverse bezettingen. Een groot deel daarvan kwam tijdens de oorlog tot stand. In deze benarde jaren stond hij in contact met Leo Smit en stuurde hij deze oudere collega een brief met muziektechnische vragen; Smits reactie is bewaard gebleven. Opvallend is dat Kattenburg, die liberaal was opgevoed, zich in de oorlog steeds sterker bewust lijkt te zijn geworden van zijn joodse achtergrond. Zo schreef hij een serie Palestijnse liederen (1940-45), die zionistisch van karakter zijn en het Beloofde Land bezingen; Het oude Joodse land werd in die tijd immers nog Palestina genoemd. "Voorwaarts arbeiders, naar het beloofde land", zo roept de montere mars in Kadima Hapoel op. Kattenburg gaf deze bundel liederen overigens het opschrift "Roemeense liederen" mee; het omslag van de Hebreeuwse melodie zegt: "Roemeense melodie". In beide gevallen gaat het om "vermommende" titels, bedoeld om de manuscripten tijdens de onderduik onverdacht te houden en zo veilig te stellen. In met name de instrumentale composities van Kattenburg is de invloed van de eigentijdse Franse muziek hoorbaar. Vaker is zijn stijl echter ronduit romantisch. De Blues (1940) voor piano quatremains, geschreven voor de vijftigste verjaardag van zijn moeder, heeft een jazzy feel. Opvallend is ook de Tapdance (1936), voor piano quatre-mains en tapdanser of slagwerk. De muziek van Kattenburg werd tijdens zijn leven nauwelijks uitgevoerd. De Sonate (1937) voor fluit en piano schreef Dick Kattenburg voor een bevriende fluitiste, Ima van Esso. Net als Kattenburg kwam zij in de oorlog in Auschwitz terecht, maar zij overleefde het kamp. Ze bewaarde Kattenburgs manuscript en stuurde het in 2000 als verjaardagscadeau toe aan fluitiste Eleonore Pameijer. Getroffen door de zeggingskracht van het werk, en door het verhaal er achter, voerde deze het in de jaren die volgden regelmatig uit. In 2004 bleek dat deze compositie niet de enige was die bewaard was gebleven. Een dochter van Dick Kattenburgs zuster Daisy, Joyce Bergman-van Hessen, besloot de nalatenschap van haar moeder door te nemen. Dit naar aanleiding van een aankondiging van een concert van Eleonore Pameijer en pianist Marcel Worms, die de sonate zouden vertolken. Ze dacht dat ze misschien met het doorzoeken van de dozen op zolder iets meer over haar oom te weten zou kunnen komen. De vondst die ze deed was spectaculair: een stapel manuscripten met een schat aan muziek van Dick Kattenburg. De Sonate voor fluit en piano bleek geen uitzondering: ook de andere composities zijn van hoge kwaliteit. | |||
Gezins gebeurtenissen
Neem contact op.

