|
|
|||
![]() Betje Bloemendal [I102526]Dochter van Benjamin Bloemendal en Pietje Mendels. Geboren 1 jul 1916 (30 Sivan 5676) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland, bron: Archiefkaart Amsterdam E (persoonskaart) (Pietje Mendels 06-03-1885). Overleden 30 nov 1944 (14 Kislev 5705) Auschwitz, Polen, leeftijd 28 jaar, doodsoorzaak: vermoord, bron: Joods Monument Joodse Gemeenschap in Nederland Bij Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland staat vermeld: Betje Elkerbout-Bloemendal was gemengd gehuwd. Betje werd in 1943 opgepakt wegens 'jodenbegunstiging'. Door haar gemengde huwelijk en haar zwangerschap hoopte ze vrijgesteld te worden van deportatie, maar in maart 1944 wordt ze toch doorgestuurd naar Westerbork. Van Betje Bloemendal zijn veel brieven bewaard gebleven uit de periode juli 1943 - februari 1944, geschreven vanuit de gesloten afdeling van het Zuiderziekenhuis in Rotterdam. Ze verbleef hier tot en met de bevalling van haar derde kind, waarna ze met haar baby naar Westerbork werd gedeporteerd en vervolgens alleen naar Auschwitz werd doorgestuurd. Deze brieven worden in 2010 integraal gepubliceerd in het boek De vrouw die zegt dat zij mijn moeder is, een familiegeschiedenis van J. Uyterlinde. Deze persoon wordt herdacht op een gedenkteken in Gorinchem. Een beschrijving van dit gedenkteken is te vinden op de website van het Nationaal Comit? 4 en 5 mei. Overigens de Jodenbegustiging betrof het in onderduik hebben van haar moeder en zuster Marianne. Zij werden verraden. Op de website https://www.genealogieonline.nl/stamboom_coster/I6423.php staat over Betje Bloemendal en haar familie het volgende: Notities bij Betje Bloemendaal Betje is het derde kind van Benjamin Bloemendal en Pietje Mendels. Zij werkt op het kantoor van de algemene handels- en kantoorbediendenbond Mercurius en wordt lid van de jeugdbond. Zij houdt van kamperen en toneelspelen. In 1936 leert zij Jo Elkerbout kennen in Zeist. Beiden verblijven in een sanatorium. Betje is overspannen en Jo herstellende van tuberculose. Zij verloven zich op 4 juli 1937 en trouwen op 27 oktober 1937. Ze gaan wonen op het adres Prins Bernardstraat 45 in Gorinchem. Tijdens de oorlog wordt de naam van deze straat veranderd in Burgemeester de Langestraat. In 1938 wordt hun eerste kind Reina geboren. In augustus 1940 hun tweede kind Benjamin. De oorlogsjaren betekenen veel spanning voor Betje, die haar hele familie in Amsterdam heeft. Zij probeert zoveel mogelijk te helpen. Veel vrienden en familie vinden een onderduikadres in haar omgeving. In 1943 komen haar moeder Pietje en haar zuster Janny in Gorinchem onderduiken. Veel van Pietjes kinderen zijn dan al opgehaald. Na verraad worden Pietje en Janny op 23 juli 1943 naar Westerbork gebracht en vandaar op 23 augustus 1943 naar Auschwitz. Zij worden daar bij aankomst op 27 augustus vergast. Betje en Jo worden gearresteerd en overgebracht naar het hoofdbureau van de gemeentelijke politie Rotterdam, bekend als Haagseveer. Als reden van hun arrestatie staat vermeld ?jodenbegunstiging?. Het opnamebriefje van Betje vermeldt een grote J . Begin augustus 1943 wordt zij opgenomen in het Zuiderziekenhuis. Gemengd gehuwd en zwanger hoopt zij op tijd papieren te krijgen om vrijgelaten te worden. Op 25 januari 1944 wordt haar derde kind Marjan geboren, genoemd naar haar zuster Marianne. Een bijzonderheid is dat de naam Marianne niet wordt toegestaan vanwege de vrijheidsbetekenis. Op 1 maart 1944 gaat zij naar kamp Westerbork en vandaar zonder haar baby Marjan op 23 maart 1944 naar Auschwitz . De baby wordt een paar dagen na haar vertrek uit kamp Westerbork opgehaald door familie en overleeft de oorlog. Betje overlijdt in Auschwitz aan de gevolgen van uitputting en dysenterie. Haar man, Jo Elkerbout, wordt op transport gesteld naar Vught, Amersfoort en Duitsland en weet in 1945, een paar maanden voor de bevrijding, uit het kamp te ontvluchten. Hij overleeft de oorlog.
Huwelijk/relatie met: | |||
Gezins gebeurtenissen
Neem contact op.

