Gezins gebeurtenissen
|
|
|||
|
2e huwelijk
Roosje Cohen [I91957]Dochter van Heijman Cohen en Berendina Schleisner.
Gehuwd 10 jan 1923 (22 Tevet 5683) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland, leeftijd ongeveer 57 jaar, bron: WieWasWie (huwelijken) (Manus Minco en Roosje Cohen Amsterdam 1923 reg. 4 fol. 9) (minimaal 15 jaar gehuwd) met: ![]() Manus Minco [I20357], leeftijd bij huwelijk 59 jaarZoon van Salomon Minco en Elizabeth Nathans. Geboren 26 aug 1863 (11 Ellul 5623) Oldenzaal, Twente, Overijssel, Nederland, bronnen: Genlias Huwelijken/Marriages (David Minco en Rosalie Godschalk Almelo 1920/166), Gegevens met vermelding "MAILGROEP GENEALOGIE SENIORWEB" zijn opgezocht in de Nederlandse Archieven door deelnemers van deze mailgroep. Het doel van deze mailgroep is elkaar op vrijwillige basis te helpen bij de zoektocht in het verre verleden van ons voorgeslacht . Vele deelnemers stellen zich beschikbaar om gegevens in de archieven te zoeken. (mail dd 30 juli 2004 van Arend de Haan), bron tekst: huwelijksakte en bijlagen Almelo 1920/166 van David Minco en Rosalie Godschalk. Overleden 16 apr 1943 (11 Nisan 5703) Sobibor, Polen, leeftijd 79 jaar, doodsoorzaak: vermoord, bron: WieWasWie (overlijdens) (Manus Minco Almelo 1949/512). Beroep: koopman (1887, 1916), bron: WieWasWie (huwelijken) (Manus Minco en Sebilla Hedeman Ootmarsum 1887/4) 1e huwelijk met: Sebilla Hedeman, 2e huwelijk met: Roosje Cohen Aan Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland is het volgende ontleend: Manus Minco (ook geschreven als Menco en als Menko) was getrouwd met Sibille Hedeman uit Ootmarsum. Zij kregen vijf kinderen, onder wie Carel Hyman en Maurits. Manus Minco stichtte in 1885 een textielzaak aan de Denekamperstraat in Ootmarsum, waar hij met zijn gezin woonde. Het was een bloeiende zaak in dames- en herenkleding. In 1896 verhuisde het gezin naar de Marktstraat, in het witte pand dat als het Cremerhuis bekend staat. In de periode 1914-1917 verlieten de drie oudste kinderen het ouderlijk huis. Carel Hijman Minco werd kleermaker. Manus Minco verhuisde in 1918 met zijn vrouw en de jongste twee zonen (waaronder Maurits) naar de Grotestraat 156 in Almelo, waar hij een textielzaak annex kleermakerij vestigde. Toen Manus Minco stopte met de zaak, volgde zijn zoon Maurits hem op. Maurits meende dat het Rooms Katholiek Ziekenhuis een veilige onderkomen zou bieden voor zijn vader Manus. Hij werd echter uit het ziekenhuis gehaald en naar Sobibor op transport gesteld. B. Morshuis, De geschiedenis van de joden in Ootmarsum (zp 1996) 44, 51-53, 75, bron: Joods Monument Joodse Gemeenschap in Nederland | |||
Gezins gebeurtenissen
Neem contact op.

