woman‎Karoline Wormser‏‎ [I74701]‎, dochter van Baruch Wormser en Bettij Forchheimer‏.
Ook bekend als: Carolina Wormser, bron: Huwelijksakte E, geboren ‎14 jun 1852 (27 Sivan 5612) Karlsruhe, Baden-Wurttemberg, Duitsland (huwelijksakte Tobias Tal en Karoline Wormser Amsterdam reg. 14 fol. 2)‎, bron: Genlias Huwelijken/Marriages, overleden ‎11 feb 1931 (24 Shevat 5691) Utrecht, prov. Utrecht, Nederland (overlijdensakte Karoline Wormser Utrecht 1931/268)‎, leeftijd 78 jaar, bron: Genlias Overlijden/Deaths

Gehuwd ‎29 aug 1876 (9 Ellul 5636) Karlsruhe, Baden-Wurttemberg, Duitsland, leeftijd 24 jaar, bron: Genlias Huwelijken/Marriages
Gehuwd (religieus) ‎30 aug 1876 (10 Ellul 5636) Karlsruhe, Baden-Wurttemberg, Duitsland, bron: CBG Advertentie (22 jaar gehuwd) met:

manTobias Tal‏‎ [I74702], leeftijd bij huwelijk 29 jaar, zoon van Zadok Tobias Tal en Roosje Salomon Rubens‏.
Geboren ‎16 jun 1847 (2 Tamuz 5607) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Genlias Huwelijken/Marriages, overleden ‎24 okt 1898 (8 Cheshvan 5659) Den Haag, Zuid-Holland, Nederland‎, leeftijd 51 jaar, bron: WieWasWie (overlijdens). Beroepen: rabbijn, bron: Genlias Huwelijken/Marriages, opperrabbijn (1893), bron: WieWasWie (huwelijken)
Ontleend aan https://nl.wikipedia.org/wiki/Tobias_Tal

Tal was een zoon van Zadok Tobias Tal en van Roosje Salomon Rubens. Uit zijn huwelijk met Karolina Wormser werd zoon opperrabbijn Justus Tal geboren. Karolina was een van de 11 kinderen van Baruch Wormser, de voorman van de neo-orthodoxie uit Karlsruhe en zwager van de grote Duitse rabbijn Jacob Ettlinger[2].

Tal studeerde in Amsterdam aan het Nederlands Israëlietisch Seminarium onder Joseph Hirsch Dünner. Hij was directeur van een aantal scholen tot hij in 1874 werd geïnstalleerd als rabbijn van de Nederlands-Israëlietische Hoofdsynagoge in Amsterdam. In 1881 werd Tal benoemd tot opperrabbijn van het ressort Gelderland. Hij bekleedde dit ambt tot hij in 1895 als opperrabbijn in Den Haag werd geïnstalleerd. Lion Wagenaar was in Gelderland zijn opvolger, hij was tevens zijn zwager, getrouwd met zijn schoonzuster Helena Wormser. Opperrabbijn S.J.S. Hirsch van Zwolle was met een nichtje, Betty Wormser, van Helena en Karolina Wormser, getrouwd. Een andere zuster was getrouwd met een broer van hun aller leraar Joseph Hirsch Dünner. Tal was enige tijd opperrabbijn a.i. voor de ressorten Utrecht en Zeeland.

Hij had diverse nevenfuncties en was onder meer voorzitter van de Vereeniging voor Joodsche Letterkunde en Geschiedenis. Hij publiceerde diverse geschriften over het jodendom en was onder andere redacteur van het tijdschrift 'Choreb' (vanaf 1886). Hij werd in 1887 benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde in Leiden. Zijn laatste brochure Oranjebloesems, uit de gedenkbladen van Neerlands Israel, gaat over de verhouding tussen de Nederlandse joden en het koningshuis.

Tal overleed in 1898 op 51-jarige leeftijd. Hij werd begraven op de Joodse begraafplaats in Den Haag. Sinds 1903 was Abraham van Loen in Den Haag zijn opvolger.

Kinderen:

1.
womanBetty Tal‏‎ [I167321]
Geboren ‎30 sep 1877 (23 Tishrei 5638) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Bevolkingsregister Amsterdam 1874-1893, overleden ‎18 mrt 1920 (28 Adar 5680) Utrecht, prov. Utrecht, Nederland‎, leeftijd 42 jaar, bron: WieWasWie (overlijdens)

2.
woman‎Rosette Tal‏‎ [I167323]‎
Geboren ‎11 sep 1878 (13 Ellul 5638) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Bevolkingsregister Amsterdam 1874-1893, overleden ‎8 dec 1878 (12 Kislev 5639) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, leeftijd minder dan 1 jaar oud, bron: Bevolkingsregister Amsterdam 1874-1893

3.
manJustus Tal‏‎ [I85167]
Geboren ‎10 dec 1881 (18 Kislev 5642) Arnhem, Gelderland, Nederland‎, bron: Archiefkaart Amsterdam E (persoonskaart), overleden ‎9 dec 1954 (14 Kislev 5715) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, leeftijd 72 jaar, bron: Archiefkaart Amsterdam E (persoonskaart). Beroep: Opperrabbijn (1917), bron: Huwelijksakte E
Tal, Justus (1881-1954)
m Huygens ING - Amsterdam. Bronvermelding: J. Hagedoorn, 'Tal, Justus (1881-1954)', in Biografisch Woordenboek van Nederland. URL:http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn4/tal [12-11-2013]

TAL, Justus (1881-1954)
Tal, Justus, opperrabbijn (Arnhem 10-12-1881 - Amsterdam 9-12-1954). Zoon van Tobias Tal, opperrabbijn, en Carolina Wormser. Gehuwd op 23-11-1917 met Angela Abrahams. Uit dit huwelijk werd 1 zoon geboren.afbeelding van Tal, Justus
Twee mensen waren van grote invloed op leven en denken van Justus Tal: zijn vader, Tobias Tal, opperrabbijn van Gelderland en later van Den Haag, en Joseph Hirsch Dünner, de rector van het Nederlandsch-Israëlietisch Seminarium in Amsterdam. Tal senior zal hem ongetwijfeld hebben gestimuleerd in zijn joods-religieuze interesses. De zoon uitte later zijn bewondering en dankbaarheid door verschillende werken van zijn vader uit te geven of van een inleiding te voorzien. Het was echter met name Dünner - overigens ook de leermeester van Tobias Tal - die de jonge student vormde in de joodse orthodoxie zoals de rector die aan het einde van de 19e eeuw gestalte had gegeven. Justus Tal zou de laatste leerling zijn die zijn opleiding geheel onder leiding van Dünner zou volgen. Met zijn vader als voorbeeld en Dünner als leermeester zou Tal zich ontwikkelen tot een der felste verdedigers van de traditioneel-joodse religie en tot pleitbezorger van meer begrip voor het joodse volk in christelijke kringen.

Op 21 januari 1909 legde Tal met goed gevolg het kandidaatsexamen af in de klassieke taal-en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Bijna drie jaar later, op 26 december 1911, verkreeg hij de moré-titel, die hem het recht gaf een opperrabbinaat te bekleden. Na zijn studie gaf hij sinds 1915 enige jaren in tijdelijke dienst les in de klassieke talen aan het gemeentelijk gymnasium, voor hij op 6 januari 1918 tot opperrabbijn van het ressort Utrecht werd aangesteld. Het jaar daarna, op 13 januari 1919, werd hij tevens als opperrabbijn van Drenthe geïnstalleerd. Deze laatste functie zou hij bekleden tot 24 november 1935.

Tal diende zijn idealen vooral met de pen. Zo was hij hoofdredacteur van De Joodsche Kroniek , waarvan slechts één jaargang, 1912, verscheen, en redacteur van De Vrijdagavond , waar hij na ruim een jaar, in 1925, de laan werd uitgestuurd, omdat hij zich te weinig aantrok van de smaak van het lezerspubliek. Verder schreef Tal talloze boeken en brochures, met als doel de joden nauwer bij hun volk en religie te betrekken, en de niet-joden over het jodendom te informeren. Zo wilde hij vooroordelen wegnemen en antisemitisme bestrijden. Scherp waren zijn aanvallen op het reform-jodendom, dat in de jaren dertig uit de Verenigde Staten kwam overwaaien. Even fel verzette Tal zich tegen het zionisme, een richting waarin hij Dünners eigen keuze ten gunste van het zionisme niet volgde, daarin overigens geen uitzondering vormend op het antizionisme onder de meeste leerlingen van Dünner. Curieus is dan ook Tals inleiding op het Hebreeuwsch leerboek voor school en zelfonderricht uit 1919. Hij stelt hierin onder andere dat het gemis aan een goede vertaalmethode vooral in zionistische kring werd gevoeld. Ook wilde hij aandacht besteden aan het moderne Hebreeuws, al kwam dit, zijns inziens, op de tweede plaats, omdat het vooral de taal van de zionisten was. Ook na de Tweede Wereldoorlog, toen het zionisme in brede lagen van joods Nederland was geaccepteerd, bleef Tal zich onverminderd verzetten tegen de joodse vestiging in Palestina, omdat deze niet strookte met zijn religieuze opvattingen.

Van zijn pogingen om vooroordelen tegen joden te bestrijden, is vooral Tals in 1921 gepubliceerde Open brief aan prof. G.J.P.J. Bolland. Hoogleraar te Leiden bekend geworden. Bolland, hoogleraar in de bespiegelende wijsbegeerte, had in dat jaar in een academische les, getiteld De teekenen des tijds , de ondergang van de westerse beschaving aangekondigd. Een van de bewerkers van deze ondergang was volgens Bolland het 'internationale Jodendom'. Tal bestreed in zijn Open brief de antisemitische aantijgingen en bewees bovendien dat Bolland zijn beweringen klakkeloos had overgenomen van de antisemitische schrijvers Theodor Fritsch en August Rohling.

Tal overleefde als een van de weinige joods-religieuze leiders de Duitse bezetting door bij de Amsterdamse hoogleraar semitische talen Cornelis van Gelderen onder te duiken. Nog in de oorlog was Tal toegetreden tot het opperrabbinaat van Amsterdam, omdat het grootste deel van zijn Utrechtse geloofsgenoten naar de hoofdstad was gedeporteerd. Op 9 mei 1945 sprak hij in de Portugese synagoge aldaar de joden toe die aan de Duitse vervolgingen hadden kunnen ontsnappen. In 1951 werd Tal tot opperrabbijn van Amsterdam benoemd, een functie die hij tot dan toe had waargenomen. Tot zijn dood was hij tevens voorzitter van het opperrabbinaat van Nederland. Als laatste vooroorlogse opperrabbijn en laatste leerling van de grote Dünner was Tal een algemeen erkende autoriteit en een dominerende figuur in het Nederlands jodendom na de Tweede Wereldoorlog.

P: Behalve de in de tekst genoemde publikaties: Jood en Jodendom in Christen-omgeving (Rotterdam, 1917); Het 'innerlijk beleven' in het Jodendom (Amsterdam [1920]); Misjno. Traktaat Berogous. Met Bertinoro's verklaring en met Nederlandsche vertaling van beide en noten (Amsterdam, 1927); Chewro-voordrachten (korte inhoud) gehouden in de Chewras Misjne Tora - te Utrecht - in den winter van 5689 (1928-'29) (Utrecht, 1930); Import-Onjodendom. De Joodsche reformbeweging in Den Haag (Rotterdam, 1931); Voor ons ons Jodendom en niet het Christendom [Amsterdam, 1945]; Chanoeka. Onbegrijpelijke dingen (Amsterdam, 1947); De dag van het opstaan uit den dood (Amsterdam [1948]); Handleiding voor de Tahara (Utrecht [1959]).

L: 'Justus Tal', in Bij den honderdsten geboortedag van dr. J.H. Dünner [Amsterdam, 1933] 47; Algemeen Handelsblad , 10-12-1954; I. Dasberg, in Vrij Nederland , 18-12-1954; De Groene Amsterdammer , 1-1-1955; M.H. Gans, Memorboek. Platenatlas van het leven der joden in Nederland ... (6e, bijgew. dr.; Baarn, 1988).

I: M.H. Gans, Memorboek. Platenatlas van het leven der joden in Nederland ... (6e, bijgew. dr.; Baarn, 1988) 493.

J. Hagedoorn


Bovenstaande biografie weerspiegelt de stand van het onderzoek tot aan het jaar van publicatie in het gedrukte deel van het BWN. Dit jaar is hieronder weergegeven. Alle daarna verschenen literatuur is niet in de tekst verwerkt en wordt evenmin vermeld in de literatuuropgave (onder L).

Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 4 (Den Haag 1994)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013
, bron: Biografisch Woordenboek Nederland 1880 -2000

4.
woman‎Hanna Tal‏‎ [I167298]‎
Geboren ‎12 aug 1883 (9 Av 5643) Arnhem, Gelderland, Nederland‎, bron: WieWasWie (geboorten), overleden ‎30 sep 1883 (28 Ellul 5643) Arnhem, Gelderland, Nederland‎, leeftijd minder dan 1 jaar oud, bron: WieWasWie (overlijdens)

5.
manBaruch Chaïm Tal‏‎ [I167292]
Geboren ‎13 feb 1886 (8 Adar I 5646) Arnhem, Gelderland, Nederland‎, bron: WieWasWie (geboorten), overleden ‎14 jan 1928 (21 Tevet 5688) Den Haag, Zuid-Holland, Nederland‎, leeftijd 41 jaar, bron: WieWasWie (overlijdens). Beroepen: kassier (1914), bron: WieWasWie (huwelijken), leraar M.O., bron: Haags gemeentearchief (bevolkingsregister en gezinskaarten), accountant (1928), bron: WieWasWie (overlijdens)

6.
manSalomo Tal‏‎ [I167299]
Geboren ‎21 mei 1890 (2 Sivan 5650) Arnhem, Gelderland, Nederland‎, bron: WieWasWie (geboorten), overleden ‎15 okt 1959 (13 Tishrei 5720)‎, leeftijd 69 jaar, bron: Mail diversen. Beroep: handelscorrespondent (1923), bron: WieWasWie (huwelijken)


Gezins gebeurtenissen
Neem contact op.