|
|
|||
Eduard van Thijn [I134758]Zoon van Salomon van Thijn en Selma Swart. Geboren 16 aug 1934 (5 Ellul 5694) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland, bron: Archiefkaart Amsterdam E (persoonskaart) (Houbolt, Jacobus Andries - 16-08-1900 - A01233_0602_0291). Overleden 19 dec 2021 (15 Tevet 5782), leeftijd 87 jaar Op 20-12-2017 ontleend aan Wkipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Ed_van_Thijn Eduard (Ed) van Thijn (Amsterdam, 16 augustus 1934) is een voormalig Nederlands politicus en bestuurder. Namens de Partij van de Arbeid was hij onder meer minister van Binnenlandse Zaken, lid van de Tweede Kamer, burgemeester van Amsterdam en lid van de Eerste Kamer. Jeugd Van Thijn groeide op in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Na een bominslag in 1940 verhuisde het gezin naar Bussum (waar een gekraste inscriptie met zijn naam in een schuurtje nog aan zijn verblijf daar herinnert). In 1942 moesten zij van de bezetter weer terug naar Amsterdam. Begin 1943 kwamen hij en zijn moeder vanwege hun Joodse afkomst terecht in het doorgangskamp Westerbork, waarna deportatie naar een vernietigingskamp een kwestie van tijd zou zijn. Zijn vader wist hen door middel van een list tijdig te bevrijden. Daarna volgde een periode van onderduiken. Hij zat in totaal op achttien adressen ondergedoken. Hij werd uiteindelijk verraden en kwam begin 1945 opnieuw in Westerbork terecht. Vanwege de algemene spoorwegstaking van 1944 was er geen treinverkeer meer; bovendien rukten Russen op in oostelijk Europa, dus werd hij niet op transport gesteld naar Duitsland of Polen. Toen de oorlog was afgelopen zat de elfjarige Ed nog in Westerbork en werd er aangesteld als bewaker van collaborateurs, die in groten getale in het kamp werden opgesloten. Als wapen droeg hij een stok.[1] Na de oorlog kwam het gezin al gauw weer in Bussum terecht, opnieuw op de Kamerlingh Onnesweg, en vervolgde Ed zijn schoolopleiding. Hij leed erg aan astma, maar was een goede leerling met uitzondering van het vak gymnastiek. Hij volgde het Christelijk Lyceum (nu Willem de Zwijger College) te Bussum, waar hij aanvankelijk onder meer een 10 voor godsdienst haalde maar gaandeweg een steeds lastiger leerling bleek te zijn, die vaak de klas uitgestuurd werd. Wegens toenemende onhandelbaarheid liet zijn moeder hem een elektroshockbehandeling toedienen. Het huwelijk van zijn ouders verslechterde snel, tot en met lichamelijk geweld, waarbij Ed af en toe tussenbeide moest komen. Enkele jaren na de echtscheiding van zijn ouders verhuisde Ed met zijn moeder naar Amsterdam, waar hij op het Amsterdams Lyceum kwam, wat hem uitstekend beviel. Hij werd lid van allerlei clubs, medewerker van de schoolkrant en bleek uit te blinken in schaken en vooral roeien, ondanks zijn astma.[1] Van Thijn meldde zich bij het begin van zijn universitaire studie aan bij het Amsterdams Studenten Corps, deels gedreven door een minderwaardigheidsgevoel, waar hij jaargenoten trof als Frits Bolkestein, Dick Dolman en Erik Jurgens, en onderging daar een ouderwetse ontgroening (die later na hooglopende bezwaren van buiten afgeschaft zou worden). Hij ging er ook intensief roeien bij de studentenroeivereniging Nereus, waar hij het bracht tot de tweede acht. Na afronding van zijn studie politiek en sociale wetenschappen aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam kwam Van Thijn in dienst van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijke bureau van de PvdA. Politiek Tweede Kamer Voor de PvdA ging Van Thijn de politiek in. Hij begon zijn politieke carričre als gemeenteraadslid in de gemeente Amsterdam. Daarna werd hij lid van de Tweede Kamer. Hierin had hij de taak van woordvoerder voor staatkundige vernieuwing. In 1971 was hij schaduw-minister van Verkeer in het Schaduwkabinet-Den Uyl. Hij had het idee voor een schaduwkabinet zelf voorgesteld. Ten tijde van het centrum-linkse kabinet-Den Uyl was hij fractievoorzitter. Na de verkiezingen in 1977 - waarbij de PvdA 10 zetels won - speelde hij een belangrijke rol in de kabinetsformatie. In 1981 was hij informateur en vervolgens formateur. In het daarop gevormde kabinet-Van Agt II bekleedde hij de post van minister van Binnenlandse Zaken. Burgemeester Van 1983 tot 1994 was Van Thijn burgemeester van de gemeente Amsterdam. In de nacht van 6 op 7 november 1985 poogde de terroristische groepering 'Autonome Cellen Nederland' (mogelijk dezelfde als het Militant Autonomen Front) tevergeefs een aanslag te plegen op de ambtswoning van Van Thijn. Er werden twee zware brandbommen geplaatst in het pand ernaast tegen de muur aan, naar eigen zeggen op een meter van zijn hoofdkussen. Volgens de Explosievenopruimingsdienst zouden de bommen, wanneer ze waren afgegaan, de hele voorgevel eruit hebben geblazen. Op het laatste moment werd telefonisch gewaarschuwd voor de bommen. Van Thijn werd pas een half uur nadat de bommen hadden moeten afgaan uit zijn bed gehaald door de politie. De moordaanslag was waarschijnlijk een reactie op de dood van de drugsverslaafde kraker Hans Kok in een politiecel twee weken eerder, waarna in de stad leuzen als 'Van Thijn moordenaar' en 'Van Thijn Van Zwijn' verschenen.[2] Tevergeefs deden Van Thijn en Amsterdam een poging om de Olympische Spelen van 1992 naar de Nederlandse hoofdstad te halen. Van Thijn deed daarvan wekelijks verslag in weekblad Vrij Nederland. Het was onder Van Thijns bewind dat de schrijver en Amsterdammer Willem Frederik Hermans in 1986 tot persona non grata werd verklaard na een bezoek aan Zuid-Afrika tijdens de culturele boycot. In het kabinet-Lubbers III kwam hij na het overlijden van Ien Dales voor korte tijd terug als minister van Binnenlandse Zaken (18 januari 1994 tot 27 mei 1994); dat hij vrij snel weer terugtrad hing samen met het feit dat hij struikelde over de IRT-affaire. In 1995 werd Van Thijn door de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945 gelauwerd met de Verzetsprijs van de Stichting Kunstenaarsverzet. Eerste Kamer Van Thijn was van 1999 tot 2007 lid van de Eerste Kamer, waarbij hij onder meer belast was met het woordvoerderschap van buitenlandse zaken. Als woordvoerder van de PvdA-fractie op een onderwerp dat echter betrekking had op binnenlandse zaken veroorzaakte hij op 22 maart 2005 mede de 'Nacht van Van Thijn': bij de behandeling van de tweede lezing van het wetsvoorstel tot het schrappen uit de grondwet van de door de Kroon benoemde burgemeester, stemde zijn fractie tegen, waarmee het voorstel werd verworpen. Als reden gaf hij op dat de PvdA-fractie - net als de fracties van GroenLinks en de SP - het niet eens was met de snelheid waarmee het kabinet de door het volk gekozen burgemeester wilde invoeren. De volgende dag nam de minister van Bestuurlijke Vernieuwing, Thom de Graaf (D66), ontslag. Privé Van Thijn is sinds 1992 getrouwd met Odette Taminiau, zijn derde huwelijk. Hij heeft twee kinderen uit zijn eerste huwelijk; één daarvan is actrice Marion van Thijn die in de Nederlandse film De Kassičre speelde. In de jaren 70 had Van Thijn een langdurige relatie met politica Hedy d'Ancona. Van 1983 tot 1990 was hij getrouwd met het toenmalige Tweede Kamerlid voor de PvdA en latere minister Eveline Herfkens. Alhoewel hij niet van godsdienstigen huize is, oriënteert hij zich de laatste jaren op het liberaal-joodse geloof.
Gehuwd 16 dec 1961 (9 Tevet 5722) Arnhem, Gelderland, Nederland, leeftijd 27 jaar, bron: Archiefkaart Amsterdam E (persoonskaart) (Swart, Selma - 09-01-1911 - A05907_0481_1511) (60 jaar gehuwd) met: | |||
Gezins gebeurtenissen
Neem contact op.

