man‎Jacob Dekker‏‎ [I36880]‎, zoon van Levie Abraham Dekker en Rebecca van Vliet‏.
Geboren ‎18 jul 1886 (15 Tamuz 5646) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Ashkenazi Marriages Amsterdam 1834 - 1937, overleden ‎16 jan 1961 (28 Tevet 5721) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, leeftijd 74 jaar, bron: Archiefkaart Amsterdam E (persoonskaart)

Gehuwd ‎23 mrt 1916 (18 Adar II 5676) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland, leeftijd 29 jaar, bron: Ashkenazi Marriages Amsterdam 1834 - 1937
Gehuwd (religieus) ‎23 mrt 1916 (18 Adar II 5676) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland, bron: Ashkenazi Marriages Amsterdam 1834 - 1937 (44 jaar gehuwd) met:

womanHinderina van Dam‏‎ [I26974], leeftijd bij huwelijk 24 jaar, dochter van Godfried van Dam en Betje Drukker‏.
Geboren ‎24 jan 1892 (24 Tevet 5652) Groningen, prov. Groningen, Nederland‎, bronnen: Gezinskaart Haarlem, Gezinskaart Amsterdam. Woonplaats: Bussum, Noord-Holland, Nederland (‎3 jan 1973 (29 Tevet 5733)), bron: Archiefkaart Amsterdam E (persoonskaart)

Kinderen:

1.
man‎Levie Dekker‏‎ [I162741]‎
Geboren ‎27 mei 1917 (6 Sivan 5677) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Bevolkingsregister Amsterdam Overgenomen delen 1892 - 1920, overleden ‎14 okt 1944 (27 Tishrei 5705) Hellendoorn, Overijssel, Nederland‎, leeftijd 27 jaar, bron: Joods Monument Joodse Gemeenschap in Nederland
Uit de gegevens van het Amsterdamse Stadsarchief is gebleken dat Levie en Godfried Dekker per 30 December 1942 zijn afgeschreven uit het Amsterdamse Bevolkingsregister met als vermelding: V.O.W. (Vertrokken Onbekend Waarheen). Met andere woorden: zij waren ondergedoken om aan vervolging door de Duitsers te ontkomen. Beiden waren studenten: de een studeerde rechten en de andere voor arts. Zij zijn in Hellendoorn terechtgekomen en konden onderduiken bij de familie Grobbink en stonden daar bekend als Lou en Fred.

Op de dag van de “Sallandse razzia” van 14 October 1944, waarbij de Duitsers een grootscheepse klopjacht op het platteland vanaf Holten richting Haarle en Heeten hielden, op zoek naar onderduikers, werden tientallen mannen opgepakt en vervolgens tewerkgesteld werden voor de Duitsers.

Levie en Godfried Dekker verbleven die 14e October in een zomerhuisje in de bossen aan de voet van de Hellendoornse Berg. Zij zijn tijdens die razzia ontdekt, opgepakt en onmiddellijk doodgeschoten omdat zij Jood waren. Hun lichamen werden pas op 29 October 1944 in de bossen ontdekt waarna zij zijn begraven op de Algemene Begraafplaats van Hellendoorn.

Op 11 November 1945 heeft de Israëlitische Begrafenis Onderneming uit Amsterdam bij de Gemeente Hellendoorn een verzoek ingediend tot opgraving en overbrenging van de lichamen van Levie en Godfried Dekker naar de Joodse Begraafplaats in Diemen waarna de beide broers op 17 December 1945 in een eigen graf aldaar zijn herbegraven. Hun ouders hebben de Sjoa overleefd.

Bronnen: Stadsarchief Amsterdam, gezinskaart en archiefkaart van Jacob Dekker; het archief van de Joodse Raad, registratiekaarten van Levie Dekker en Godfried Dekker; Johan Alferink van de Historische Kring Hellendoorn: HKHN, nieuwsbrief December 2015; lokale kranten en citaten uit het boek “Stampende Laarzen” (1981) door Willem Poorterman
, bron: Joods Monument Joodse Gemeenschap in Nederland

2.
man‎Godfried Dekker‏‎ [I162742]‎
Geboren ‎17 aug 1920 (3 Ellul 5680) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Bevolkingsregister Amsterdam Overgenomen delen 1892 - 1920, overleden ‎14 okt 1944 (27 Tishrei 5705) Hellendoorn, Overijssel, Nederland‎, leeftijd 24 jaar, bron: Joods Monument Joodse Gemeenschap in Nederland
Uit de gegevens van het Amsterdamse Stadsarchief is gebleken dat Levie en Godfried Dekker per 30 December 1942 zijn afgeschreven uit het Amsterdamse Bevolkingsregister met als vermelding: V.O.W. (Vertrokken Onbekend Waarheen). Met andere woorden: zij waren ondergedoken om aan vervolging door de Duitsers te ontkomen. Beiden waren studenten: de een studeerde rechten en de andere voor arts. Zij zijn in Hellendoorn terechtgekomen en konden onderduiken bij de familie Grobbink en stonden daar bekend als Lou en Fred.

Op de dag van de “Sallandse razzia” van 14 October 1944, waarbij de Duitsers een grootscheepse klopjacht op het platteland vanaf Holten richting Haarle en Heeten hielden, op zoek naar onderduikers, werden tientallen mannen opgepakt en vervolgens tewerkgesteld werden voor de Duitsers.

Levie en Godfried Dekker verbleven die 14e October in een zomerhuisje in de bossen aan de voet van de Hellendoornse Berg. Zij zijn tijdens die razzia ontdekt, opgepakt en onmiddellijk doodgeschoten omdat zij Jood waren. Hun lichamen werden pas op 29 October 1944 in de bossen ontdekt waarna zij zijn begraven op de Algemene Begraafplaats van Hellendoorn.

Op 11 November 1945 heeft de Israëlitische Begrafenis Onderneming uit Amsterdam bij de Gemeente Hellendoorn een verzoek ingediend tot opgraving en overbrenging van de lichamen van Levie en Godfried Dekker naar de Joodse Begraafplaats in Diemen waarna de beide broers op 17 December 1945 in een eigen graf aldaar zijn herbegraven. Hun ouders hebben de Sjoa overleefd.

Bronnen: Stadsarchief Amsterdam, gezinskaart en archiefkaart van Jacob Dekker; het archief van de Joodse Raad, registratiekaarten van Levie Dekker en Godfried Dekker; Johan Alferink van de Historische Kring Hellendoorn: HKHN, nieuwsbrief December 2015; lokale kranten en citaten uit het boek “Stampende Laarzen” (1981) door Willem Poorterman
, bron: Joods Monument Joodse Gemeenschap in Nederland


Gezins gebeurtenissen
Neem contact op.