man‎Simon Azaria Hirsch‏‎ [I3526]‎
Geboren ‎27 jan 1841 (5 Shevat 5601) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Genealogie/Parenteel: Hirsch.
Overleden ‎25 nov 1916 (29 Cheshvan 5677) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, leeftijd 75 jaar, bron: Bevolkingsregister Amsterdam Overgenomen delen 1892 - 1920 (Simon Azaria Hirsch 27-01-1841 deel 172 blad 39).
Beroepen: horlogemaker (1868);commissionair, bron: Genealogie/Parenteel: Hammelburg (pag. 16), Commissionair in diamanten (1901), bron: WieWasWie (huwelijken) (Aaron Colthof x Esther Hirsch Weesp 1901/57)
Rabbijn in Amsterdam
Van het echtpaar Simon Azaria Hirsch en Channa Spitz zijn 14 kinderen bekend.
Zie genealogie Hirsch.

Gehuwd ‎26 mrt 1868 (3 Nisan 5628) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland, leeftijd 27 jaar, bron: WieWasWie (huwelijken) (Simon Azaria Hirsch x Ganna Spitz Amsterdam 1868 Reg.3 fol. 11v) (20 jaar gehuwd) met:

womanChanna Spitz‏‎ [I3527], leeftijd bij huwelijk 22 jaar
Ook bekend als: Ganna Hirsch, bron: WieWasWie (huwelijken).
Geboren ‎29 jun 1845 (24 Sivan 5605) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Genealogie/Parenteel: Hirsch.
Overleden ‎15 jul 1888 (7 Av 5648) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, leeftijd 43 jaar, bron: Genealogie/Parenteel: Hirsch
Kinderen:
1.
man‎Rachel Hirsch‏‎ [I8371]‎
Geboren ‎6 mrt 1876 (10 Adar 5636) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Bevolkingsregister Amsterdam Overgenomen delen 1892 - 1920 (Simon Azaria Hirsch 27-01-1841 deel 172 blad 39).
Overleden ‎12 mrt 1911 (12 Adar 5671) Apeldoorn (Wormen), Gelderland, Nederland‎, leeftijd 35 jaar, bron: WieWasWie (overlijdens) (Rachel Hirsch Wormen (Apeldoorn 1911/ 116)

2.
womanLea Hirsch‏‎ [I8022]
Geboren ‎1 apr 1877 (18 Nisan 5637) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Bevolkingsregister Amsterdam Overgenomen delen 1892 - 1920 (Simon Azaria Hirsch 27-01-1841 deel 172 blad 39)

3.
womanMirjam Hirsch‏‎ [I3525]
Geboren ‎1 okt 1878 (4 Tishrei 5639) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Persoonskaart/ persoonslijst CBG (E) (Ganna Hammelburg 10-06-1915).
Overleden ‎16 feb 1917 (24 Shevat 5677) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, leeftijd 38 jaar, bron: Genealogie/Parenteel: Hammelburg (pag. 16)

4.
womanEsther Hirsch‏‎ [I64723]
Geboren ‎25 jun 1869 (16 Tamuz 5629) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bronnen: WieWasWie (huwelijken) (Aaron Colthof x Esther Hirsch Weesp 1901/57), Bevolkingsregister Amsterdam Overgenomen delen 1892 - 1920 (Simon Azaria Hirsch 27-01-1841 deel 172 blad 39).
Overleden ‎13 mrt 1942 (24 Adar 5702) Oss, Noord-Brabant, Nederland‎, leeftijd 72 jaar, bron: WieWasWie (overlijdens) (Esther Hirsch Oss 1942/ 50)

5.
womanstar Sara Hirsch‏‎ [I8307]
Geboren ‎13 feb 1871 (22 Shevat 5631) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Bevolkingsregister Amsterdam Overgenomen delen 1892 - 1920 (Simon Azaria Hirsch 27-01-1841 deel 172 blad 39).
Overleden ‎9 apr 1943 (4 Nisan 5703) Sobibor, Polen‎, leeftijd 72 jaar, doodsoorzaak: vermoord, bron: Joods Monument Joodse Gemeenschap in Nederland

6.
manSamuel Juda Hirsch‏‎ [I7902]
Geboren ‎22 okt 1872 (20 Tishrei 5633) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: WieWasWie (huwelijken) (Samuel Juda Hirsch x Bettij Wormser Zwolle 1902/206).
Overleden ‎11 aug 1941 (18 Av 5701) Zwolle, Overijssel, Nederland‎, leeftijd 68 jaar, bron: WieWasWie (overlijdens) (Samuel Juda Hirsch Zwolle 1941/ 482).
Beroep: Opperrabbijn
Ontleend aan http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn3/hirsch

Huygens ING - Den Haag. Bronvermelding: J. Hagedoorn, 'Hirsch, Samuel Juda (1872-1941)', in Biografisch Woordenboek van Nederland. URL:http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn3/hirsch [12-11-2013]

HIRSCH, Samuel Juda (1872-1941)

Hirsch, Samuel Juda, opperrabbijn (Amsterdam 22-10-1872 - Zwolle 11-8-1941). Zoon van Simon Azarja Hirsch, koopman, en Ganna Spitz. Gehuwd op 4-11-1902 met Betty Wormser. Uit dit huwelijk werden, behalve 2 zoons die jong overleden, 3 zoons en 7 dochters geboren.

Hirsch stamde uit een orthodox-joods milieu, werd al op jeugdige leeftijd door zijn vader voor een rabbinale loopbaan bestemd en aanvankelijk door hem onderwezen in de joodse leer en wetenschappen. Hij bezocht te Amsterdam achtereenvolgens de bijzondere (joodse) lagere school van rabbi J. Polenaar en het door J.H. Dunner geleide Nederlandsch Israëlietisch Seminarium, een orthodox-religieus gymnasium dat rabbijnen en godsdienstonderwijzers opleidde. Een verplicht kandidaatsexamen in de klassieke letteren legde hij op 30 april 1895 aan de Universiteit van Amsterdam af. Hij sloot zijn studie in 1900 af met het behalen van de morétitel (de hoogst bereikbare graad, die het recht gaf om een rabbinale functie te mogen uitoefenen). Sinds 1893 was hij voorganger bij de genootschappen Beis Hamidrasj en Talmud Thora te Amsterdam.

Hirsch was een goed en boeiend spreker, en na een spreekbeurt in Zwolle in 1902 benoemde de ressortale vergadering hem met algemene stemmen tot opperrabbijn in het al twintig jaar herderloze ressort Overijssel. Bij zijn installatie in de Zwolse synagoge zette hij zijn, duidelijk door opvoeding en onderwijs gevormde, programma uiteen. Na de constatering dat het ware joodse leven bedreigd werd door onvrede, materialisme, verregaande assimilatie, afwijking van de religieuze geboden en gebrek aan joodse kennis en joods onderwijs, pleitte hij voor herstel van het traditionele jodendom, waarvan Thora en traditie de basis en de toetssteen moesten zijn. Hirsch nam zich voor, deze beginselen in zijn ressort zonder concessies te herstellen en te verdedigen.

Enkele voorbeelden van de uitvoering van dit programma zijn de stichting door Hirsch van twee Zwolse Thorastudie- en onderwijsgenootschappen en het op zijn eis aanbrengen van het traditionele hek voor de vrouwengalerij in de Zwolse synagoge. Ook de belangstelling voor de geschiedenis van zijn volk, volgens hem een gids voor de wereld door zijn zedelijkheid en vervulling van de religieuze wetten, stond in nauw verband met zijn ideeën. De stichting, onder zijn leiding, van de Nederlandse afdeling van Agoedas Jisroeil na de Eerste Wereldoorlog hing eveneens direct samen met zijn idealen. Hirsch was tot zijn dood voorzitter van deze afdeling van de wereldbond van wetsgetrouwe joden, die de Thora in het centrum van het joodse leven plaatste en zich afzette tegen zionisme, materialisme en assimilatie. Deze functie maakte hem tot een der belangrijkste leiders van het Nederlandse orthodoxe jodendom. Hierdoor en door de behandeling van algemene joodse vraagstukken verwierf hij nationale en internationale bekendheid. In Nederland nam zijn invloed nog toe door de verschillende interimaire opperrabbinaten die hij bekleedde en door zijn vele toespraken en artikelen, waarin vaak actuele zaken vanuit Thorateksten benaderd en beschouwd werden.

Hirsch vervulde bovendien tal van andere functies, vooral op charitatief gebied, zowel binnen als buiten de joodse gemeenschap. Zo was hij bestuurslid van het Nederlandsch Israëlietisch Seminarium, het Centraal Israëlietisch Weeshuis te Leiden, de S.A. Rudelsheimstichting voor joodse zwakzinnige kinderen, de vereniging Israël voor noodlijdende buitenlandse joden, de Zwolse afdeling van Pro Juventute, de vereniging tot bestrijding van tuberculose en het Nut. Ook persoonlijk poogde hij de geestelijke en materiële nood van zijn medemens te lenigen.

Hirsch mocht het genoegen smaken dat zijn pogingen tot verheffing van het jodendom zoals hij dat in Overijssel nastreefde instemming en steun vonden. In zijn ressort was hij een geliefd voorman. Door zijn werkkracht, vroomheid, bescheidenheid, liefdadig werk en principiële houding was hij in vele joodse en niet-joodse kringen een geacht man. Groot was dan ook het aantal aanwezigen dat de viering van zijn 25-jarig ambtsjubileum in 1927 bijwoonde. Naar aanleiding van dit feit gaf het genootschap Eits Chajim van hem Een drietal gelegenheidsredenen (Amsterdam, 1927) uit. De ontwikkelingen in Duitsland in het begin van de jaren '30 verontrustten hem. Vanaf 1933 was hij betrokken bij de steun aan Duits-joodse vluchtelingen. De grote vervolgingen van 1938 beschouwde hij als een straf voor heel het lotsverbonden Israël, wegens afvalligheid van de geboden en sabbatsontwijding. De verschrikkingen dienden volgens hem om de mens tot inkeer te brengen. Een dergelijke uitspraak had hij ook na afloop van de Eerste Wereldoorlog gedaan. Israël zou zich echter, omdat het Gods volk is, herstellen, zo meende hij.

Hirsch stierf een natuurlijke dood en werd twee dagen later onder grote belangstelling op de joodse begraafplaats te Zwolle begraven.

P: Behalve de bovengenoemde prekenuitgave: redevoeringen en artikelen in het Nieuw Israëlietisch Weekblad, Agoedas Jisroeil, De Vrijdagavond en Onze Bond. Verder: 'Een blik in de wordingsgeschiedenis der oude Synagoge te Zwolle', in Orde van synagogedienst ter gelegenheid der viering van het vijfentwintigjarig bestaan der synagoge te Zwolle (Amsterdam, 1924) I-VI.

L: B.J. Hirsch, 'De jeugdjaren van opperrabbijn Hirsch. Bij zijn zilveren jubileum', in De Vrijdagavond 4 (1927) 15 (8 juli) 228-231; 'Samuel Juda Hirsch', in Centraal Blad voor Israëlieten in Nederland 48 (1932) 20 (15 juli) 6-15; 'Hirsch, Samuel Juda', in Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (Amsterdam, 1938) 663; Hespeidiem gehouden ter nagedachtenis van den Wel Eerw. Zeergel. Heer Samuel Juda Hirsch, Opperrabbijn van Overijsel overleden te Zwolle 18 Menachem 5701/ 11 Augustus 1941 (gestencilde uitg. in Bibliotheca Rosenthaliana te Amsterdam); Jaap Hagedoorn, 'Trouwe herder van Overijssel. Samuel Juda Hirsch (1972-1941), opperrabbijn', in Fragmenten. Joods leven in Zwolle en omgeving. J. van Gelderen (red.) (Kampen, 1985).

I: Fragmenten. Joods leven in Zwolle en omgeving. J. van Gelderen (red.) (Kampen, 1985) 16 [Hirsch in 1917].

J. Hagedoorn


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013

7.
womanRebecca Hirsch‏‎ [I8194]
Geboren ‎11 mei 1874 (24 Iyar 5634) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Bevolkingsregister Amsterdam Overgenomen delen 1892 - 1920 (Simon Azaria Hirsch 27-01-1841 deel 172 blad 39)

8.
manstar Benzion Joachim Hirsch‏‎ [I8378]
Geboren ‎19 feb 1880 (7 Adar 5640) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Archiefkaart Amsterdam E (persoonskaart) (David Hijman Hirsch 05-02-1912).
Overleden ‎16 jul 1943 (13 Tamuz 5703) Sobibor, Polen‎, leeftijd 63 jaar, doodsoorzaak: vermoord, bron: Archiefkaart Amsterdam E (persoonskaart) (Benzion Joachim Hirsch 19-02-1880).
Beroepen: koopman (1911), bron: WieWasWie (huwelijken) (Benzion Joachim Hirsch x Sara Jetta van Zwanenburg Oss 1911/ 12), sigarenwinkelier, bron: Joods Monument Joodse Gemeenschap in Nederland
In Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland staat vermeld:

Benzion Joachim Hirsch, joodse naam Benzion Jochanan, was een zoon van Simon Azaria Hirsch en Ganna Spitz. Hij trouwde in 1911 met Sara Jetta van Zwanenberg. Het echtpaar kreeg vier kinderen, van wie de oudste David Hijman is omgebracht in Auschwitz.

Hij is het meest bekend door zijn studie over Spinoza: Spinoza's verhouding tot het openbarings-jodendom : aan de hand van zijn wereld- en levensleer, beschreven in zijn ethica (7 stellingen) (Amsterdam 1932). In dit boek bekijkt hij Spinoza's werk vanuit joods orthodoxe hoek. Daarnaast publiceerde hij in het weekblad De Vrijdagavond en in het Centraal Blad voor Israelieten in Nederland. Zijn werk is uitgegeven als Verspreide opstellen in 1927 (overdruk weekblad De Vrijdagavond, jr. 2 en 3). Hij heeft het werk opgedragen aan zijn broer, Samuel Juda Hirsch bij diens 25-jarige ambtsvervulling als opperrabbijn van het ressort Overijssel.

Voor hem was de sigarenwinkel bijzaak. Zijn vrouw bekommerde zich om de winkel en ontcijferde zijn onmogelijke handschrift om het geschikt te maken voor publicatie. Zijn totale werk is verzameld door een kleinkind en gepubliceerd in de Studia Rosenthaliana ,najaar 1988. Op grond van zijn geschrift over Spinoza kreeg hij uit handen van de opperrabbijn in 1932 de titel van Chower.



Gezins gebeurtenissen

Neem contact op.