man star Salomon Meijer Kannewasser‏‎ #34337‎, zoon van Meijer Salomon Kannewasser en Rachel Ziekenoppasser‏.
Geboren ‎24 sep 1916 (26 Ellul 5676) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Gezinskaart Amsterdam, overleden ‎20 mrt 1945 (6 Nisan 5705) Bergen-Belsen, Duitsland‎, 28 jaar, bron: In Memoriam, begraven ‎ Bergen-Belsen, Duitsland, bron: Oorlogsgravenstichting. Beroep: jazz zanger, artist, bron: Archiefkaart Amsterdam E (persoonskaart)
Salomon Meijer Kannewasser vormde samen met Arnold Simson van Wesel het bekende radio-duo Johny en Jones. Beiden zijn vlak voor de bevrijding in Bergen Belsen overleden en aldaar begraven.
Bij de Joodse Omroep staat vermeld:

Ze waren Nederlands eerste popidolen. Niet-Joden naaiden graag een Jodenster op om ze niet te missen in de Hollandse Schouwburg. Later traden ze op in kamp Westerbork, dat ze in 1944 voor enige dagen mochten verlaten. Waarom kregen ze die toestemming, wat deden ze en waarom doken ze niet onder? De Joodse Omroep antwoordt komende zondag en op 21 augustus met een tweeluik over het legendarische duo: Swing me to the end of life. Echoes of Johnny and Jones en Meneer Dinges.

‘Zonder de Duitse invasie waren Johnny and Jones nu negentigjarige beroemdheden geweest met duizenden swingende liedjes op hun naam,’ zegt Erga Netz, samen met Izzy Abrahami de producer van de film Swing me to the end of life. Ze beleefden in de jaren dertig hun glorietijd. Ze zongen voor de VARA opgewekte liedjes met een Amerikaans accentje. Hun voordracht was authentiek, bijna theaterachtig, ze kruiden hun actuele teksten met joodse gein en Amsterdamse humor en hun Panachord-platen vlogen als zoete broodjes over de toonbank. Maar de invasie, die samenviel met de verschijning van hun zevende plaat, betekende het einde van hun carri?re.

De indruk dat het zover kon komen wekken Nol “Johnny” van Wesel (1918-1945) en Max “Jones” Kannewasser (1916-1945) in het tweeluik geenszins. Ze zingen vrolijk verder, als dat niet meer mag van de nazi’s, bieden ze in het Joodsche Weekblad, gitaar- en zanglessen aan en in Westerbork blijven ze hopen op een internationale doorbraak. ‘Ze dachten dat hun roem hun redding zou zijn,’ zegt Netz. ‘Tijdens een dienstreis in 1944 namen ze in Amsterdam clandestien een plaat op, waarmee ze reclame wilden maken in Westerbork.’

Swing me to the end of life, biedt ons, voor zover dat mogelijk is, inzicht in de toenmalige dilemma’s, in de gedachtewereld van Johnny and Jones en gunt ons een zeldzame blik achter de schermen van het cabaret in Westerbork.

De film volgt hiertoe acteurs van het Amsterdams Kleinkunst Festival, die in 2009 de productie voorbereiden van het theaterstuk Meneer Dinges, vernoemd naar de hit Mijnheer Dinges weet niet wat swing is, waarmee het duo in de jaren dertig doorbrak. In het stuk, geschreven door Lars Boom, maakt de Joodse theaterdocent Bob (zeer overtuigend gespeeld door acteur Rob van de Meeberg) vanwege zijn naderende pensioen, met twee studenten (Theun Plantinga en Victor Mentink) een afscheidsvoorstelling over Johnny and Jones. Tijdens de repetitie voelt Bob, wiens ouders NSB’ers zijn, zich genoodzaakt om te bekennen dat hij geen Jood is. Hij had die identiteit na de oorlog aangenomen omdat hij geen leven had als kind van NSB’ers .

We horen in Swing me de voorbereidende gesprekken die de pianist, acteurs, regisseur en scriptschrijver voeren met overlevenden en met elkaar. Zo komen Johnny and Jones tot leven. Deze twee buitengewoon geestige ex-werknemers van de Amsterdamse vestiging van de Bijenkorf worden beroepsartiest en belanden in 1943 in het Drentse Durchgangslager Westerbork in de vliegtuigsloperij. In september 1944 moeten ze op transport naar Theresienstadt, later die maand naar Auschwitz en via Sachenhausen en Buchenwald arriveren ze in maart 1945 in het beruchte concentratiekamp Bergen-Belsen. Hier overlijden ze kort na elkaar aan de geleden ontberingen.




‘Was kunst hier een zoethouder?’ vraagt scriptschrijver Boom aan historicus Guido Abuys van Herinneringscentrum kamp Westerbork. ‘Het paste uitstekend in deze misleidingsmachine. Kampcommandant en SS’er Albert K. Gemmeker (1907-1982) wilde een zo normaal mogelijk leven.’ In werkelijkheid was de toestand uiterst schizofreen. Zoals Boom Johnny and Jones in Meneer Dinges laat zeggen: ‘Onze kampcommandant is beleefd en houdt niet van vloeken, maar hij haalt wel zijn wekelijkse Jodenquotum’. En een ander "mooi" voorbeeld van die schizofrenie: Op dinsdagochtend vonden de transporten plaats en dinsdagavond was er cabaret.

Maar, vraagt Plantinga, die overigens met Mentink in Meneer Dinges een glansrijke Johnny and Jones speelt, ‘hoe kon die schijn worden opgehouden?’ Er waren geruchten over moordpartijen in Auschwitz, vertelt Abuys, vaak afkomstig van bewakers uit Auschwitz-Birkenau. Maar zwijgen kwam veel voor, vervolgt hij, ‘gewoonweg omdat men de moord van duizenden mensen niet kon geloven.’

Nieuwsgierig buigt het gezelschap zich over het Duitstalige programma van een Bunter Abend uit maart 1944. Het duo trad hier op onder de gegermaniseerde artiestennamen Jonny und Jones, onder leiding van de Duitse Joden Max Ehrlich en Willy Rosen. Uitsluitend Duitstalige teksten, dat was voor Johnny and Jones rampzalig. Hun Amerikaanse accentje was al helemaal taboe. Ze volgden Duitse lessen, maar hun Duitstalige repertoire bleef ontoereikend. Ze zongen regelmatiger op voor hun Nederlandse lotgenoten in het Kaffee Haus of tussen de barakken.

De sprongen die Swing me noodzakelijkerwijs maakt vanwege de gekozen vorm, zijn soms verwarrend. Zo belandden we van Westerbork bij een repetitie van Meneer Dinges waar de regisseur Marcel Sijm, Johnny and Jones uitlegt hoe ze de zin ik heb hier in het kamp ook een tuintje gemaakt uit het lied de mooiste bloem uit de "Lawa", moeten zingen: ‘Jullie zijn ongerust, jullie willen niet nadenken, anders ga je kapot. Om te overleven zetten jullie een knop om. Jullie ouders, en niet te vergeten Theuns broertje, zijn al weggehaald en jullie blijven vrolijke liedjes zingen. Dat gevoel van waanzin moet ik krijgen. Je zingt zo over dat tuintje en die bloemen dat ik vraag: “waar heb je het over?”.’

En dan de sprong naar een hoop bijeengeraapte vliegtuigonderdelen in Westerbork. Op de achtergrond klinken Johnny and Jones’ ‘We sloopen met muziek’. ‘Dus dat heb je gesloopt,’ zegt Van de Meeberg tegen Plantinga. ‘En ’s avonds met je vieze handen weer gitaarspelen.’ ‘Ja, als Jones,’ zegt Plantinga. ‘Idioot he?’

‘Waarom mogen ze in godsnaam een plaat opnemen?’ vraagt Boom. Volgens Abuys gebeurde dat illegaal tijdens een van hun dienstreizen om een neergestort vliegtuig te bergen. Boom noemt het ‘onmogelijk’.

Is het geloofwaardig dat in het vrijwel Judenreine Amsterdam van augustus 1944 twee sterdragende Joden in enkele uren illegaal zes liedjes opnemen? (De originele opnamen gingen mee naar Westerbork, maar ze zijn nooit teruggevonden). Is het niet aannemelijker dat het duo, met een Sperre (voorlopige vrijstelling van deportatie) van de Wehrmacht in Amsterdam was? Gezien de liedteksten kan de kampleiding het initiatief hebben genomen voor de opname, of Willy Rosen. De teksten over het leven in Westerbork, konden probleemloos de Duitse censuur passeren.

‘Zullen we onderduiken?’ vraagt Johnny in Meneer Dinges. ‘Twee Joden minder in Westerbork is toch niet erg? O, je denkt dat de vliegtuigonderdelen door ons gesloopt willen worden?’ vraagt hij als Jones verbaasd reageert. Alle dialogen in Meneer Dinges zijn artistieke vrijheden van Boom, maar in werkelijkheid dachten ze waarschijnlijk niet aan onderduik. Ze hadden immers een Sperre en hun echtgenotes waren nog in het kamp.

Het roerende tweeluik, dat je vanwege het opgewekte duo en de swingende nummers bijna vrolijk zou noemen, confronteert ons met de toenmalige dilemma’s. Een beter slot dan de prille liefde op de hei, waar mijn hart klopt als de vliegtuigsloperij, is nauwelijks denkbaar: ‘tussen de barakken, kreeg ik haar te pakken, op de hei, diese Westerbork liebelei...’ Zelfs de hoogbejaarde echtgenote van Max, Suzanne Kannewasser, die in een bejaardentehuis in Californi? lusteloos en roerloos voor zich uit staart, knippert even met haar ogen als ze de Westerbork serenade hoort die haar man haar, zo mogen we hopen, vijfenzestig jaar geleden bracht.

Deze productie is ondersteund door Stichting Levi Lassen, Stichting Collectieve Maror-gelden Nederland, Crowd Funding en Nettie van Zwanenberg Stichting.

Huwelijk/ Relatie met:

woman Suzanne Hermine Koster‏‎ #112711‎, dochter van Willem Koster en Marianna Louise van der Ham‏.

living - details excluded

Gezins gebeurtenissen
Neem contact op.