man Eduard Maurits Meijers‏‎ #45746‎, zoon van Isidor Meijers en Julie Wolff‏.
Geboren ‎10 jan 1880 (26 Tevet 5640) Den Helder, Noord-Holland, Nederland‎, bron: MAILGROEP GENEALOGIE SENIORWEB, bron tekst: geboorteakte Den Helder 1880/19, bron: Boek: Joden in Leiden en omgeving 1933 - 1945, bron: Gezinskaart Amsterdam, overleden ‎25 jun 1954 (24 Sivan 5714) Leiden, Zuid-Holland, Nederland‎, 74 jaar, bron: Boek: Joden in Leiden en omgeving 1933 - 1945. Beroep: hoogleraar rechtswetenschappen, bron: Boek: Joden in Leiden en omgeving 1933 - 1945
MEIJERS, Eduard Maurits (1880-1954)
Meijers, Eduard Maurits , jurist (Den Helder 10-1- 1880 - Leiden 25-6- 1954 ). Zoon van Isidor Meijers, officier van gezondheid bij de Koninklijke Marine en later arts te Amsterdam, en Julie Wolff. Gehuwd op 12-8-1909 met Tonij Gottschalk. Uit dit huwelijk werden 4 dochters geboren.

Meijers bezocht tot 1897 het gymnasium te Amsterdam, legde in dat zelfde jaar het staatsexamen gymnasium af en studeerde vervolgens rechten aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij vooral J.F. Houwing tot leermeester had. Bij deze promoveerde hij op 3 april 1903 op een proefschrift, getiteld Dogmatische rechtswetenschap. Van 1903 tot 1904 en van 1906 tot 1910 was hij advocaat te Amsterdam; in 1904 en 1905 was hij verbonden aan het Centraal bureau voor sociale adviezen van M.W.F. Treub. In 1909 werd hij voor de Vrijzinnig-democratische partij lid van de gemeenteraad van Amsterdam. In het najaar van 1910 verliet hij de hoofdstad ten gevolge van zijn benoeming tot hoogleraar in het Nederlands burgerlijk recht en het internationaal privaatrecht aan de Leidse Universiteit.

Vanaf zijn benoeming tot hoogleraar in Leiden wijdde hij zijn volle aandacht aan het burgerlijk recht. Na zijn inaugurele rede over De taak der rechtswetenschap ten aanzien der vrije rechtspraak (1910) begint de onafzienbare reeks van zijn publikaties op privaatrechtelijk gebied. In de eerste plaats moet worden genoemd zijn standaardwerk over het Erfrecht (vierde deel van C. Asser 's Handleiding tot de beoefening van het Nederlandsch Burgerlijk Recht, waarvan de eerste druk in 1910-1915 verscheen). Daarnaast verscheen een aanzienlijk aantal tijdschriftartikelen, die men thans bijeen vindt in zijn Verzamelde privaatrechtelijke opstellen (1954-1955. 3 dln.). Het grootste deel hiervan is verschenen in het Weekblad voor Privaatrecht, Notaris-ambt en Registratie (WPNR), waarvan hij van 1912 tot aan zijn dood redacteur was. In dit zelfde jaar nog beginnen in deze periodiek zijn 'antwoorden op rechtsvragen'; dit zijn bondig geformuleerde antwoorden op vragen door mensen uit de rechtspraktijk - vooral notarissen - aan de redactie van het WPNR gezonden (een specimen van zijn handschrift in WPNR 85 (1954) 327). In 1932 had hij er reeds 563 gepubliceerd.

Zijn belangrijkste ontdekking voor de Nederlandse rechtsgeschiedenis is die van de Observationes tumultuariae van Cornelis van Bynkershoek en de voortzetting daarvan door diens schoonzoon Willem Pauw, een unieke bron voor de kennis van de rechtspraak van de Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland in de 18de eeuw. De 24 delen in handschrift werden door Meijers teruggevonden op de zolder van een Amsterdams antiquair, waar zij 25 jaar hadden gelegen na tevergeefs in een veiling te koop te zijn aangeboden. Meijers wist, in samenwerking met anderen, een integrale uitgave op touw te zetten, waarvan de eerste drie delen tijdens zijn leven (in 1926, 1934 en 1946) en de laatste vier na zijn dood (in 1962,1964,1967 en 1972) verschenen. Hij vestigde ook de aandacht op de betekenis van de uit de eerste helft van de 15de eeuw stammende Memorialen van het Hof (den Raad) van Holland, Zeeland en West-Friesland van den Secretaris Jan Rosa; een eerste deel van een uitgave hiervan deed hij in 1929 samen met A.S. de Blécourt het licht zien.

Een diepe cesuur kwam er in Meijers' leven door de Tweede Wereldoorlog. Op 26 november 1940 werd hij, met anderen, op grond van zijn joodse afkomst door de bezettende macht 'van zijn functie van hoogleeraar aan de rijksuniversiteit te Leiden ontheven'. Op die zelfde dag hield R.P. Cleveringa, als decaan van de juridische faculteit, op het college-uur van Meijers zijn bekende toespraak, waarin hij in krachtige termen tegen het begane onrecht protesteerde en de grote betekenis van Meijers schetste. Op 7 augustus 1942 werd Meijers met vrouw en dochter gevangen genomen en naar Westerbork overgebracht; hij bleef daar - met onderbreking door een verblijf in Barneveld - tot begin september 1944, toen hij naar Theresienstadt werd getransporteerd. Eerst op 25 juni 1945 keerde hij in Leiden terug, waar hij spoedig vele nieuwe activiteiten ontplooide.

Zijn allerbelangrijkste taak, de taak waardoor hij waarschijnlijk het meest in de geschiedenis van de Nederlandse rechtswetenschap bekend zal blijven, kreeg Meijers in 1947, toen hij bij K.B. van 25 april van dat jaar de opdracht kreeg tot het ontwerpen van een nieuw Burgerlijk Wetboek. Reeds vóór zijn professoraat zou hij volgens Van Oven hebben rondgelopen met het denkbeeld om een nieuw BW te maken en daarvoor een cahier hebben aangelegd. In 1928 had hij in het WPNR een beroemd artikel geschreven waarin hij de Commissie-Limburg hekelde omdat zij in de eerste 9 jaren van haar bestaan geen enkele wijziging in het 2e en 3e boek van het BW had voorgesteld. In 1938, in het Gedenkboek Burgerlijk Wetboek 1838-1938 (waarin Paul Scholten het BW 'een rustig bezit' noemde), pleitte hij ervoor, een algehele 'technische herziening' van het BW tot stand te brengen. Tijdens zijn gevangenschap hield hij zich bezig met het ontwerpen van een nieuw BW. Geen wonder dus dat in de Kamervraag die de stoot gaf tot het K.B van 25 april 1947 - in de Eerste Kamer bij de begroting van Justitie aan de minister van Justitie J.H. van Maarseveen gesteld door het kamerlid R. Zegering Hadders, maar waartoe het initiatief was genomen door het wegens ziekte afwezige kamerlid A.N. Molenaar, hoogleraar in hét arbeidsrecht te Leiden - direct de naam van Meijers genoemd werd. Deze werd van een belangrijk deel van zijn taak als hoogleraar ontlast en toog terstond aan het werk. In eerste instantie werden zijn voorontwerpen besproken met de leden van de door hem voorgezeten Staatscommissie voor de herziening van de Nederlandse Burgerlijke Wetgeving. Voor bepaalde onderdelen werd overleg gepleegd met deskundigen uit de praktijk. Aan de behandeling van 52 principiële vraagpunten in de Tweede Kamer nam Meijers als bijzonder regeringscommissaris deel. Op 6 april 1954 diende hij een Ontwerp voor de eerste vier boeken in: Ontwerp voor een Nieuw Burgerlijk Wetboek .... Tekst, Eerste gedeelte (boek 1-4) en daarnaast een deel Toelichting van 373 blz. (1954). In de toelichting gaf hij aan dat het totale ontwerp uit 9 'boeken' zou bestaan. Ten gevolge van zijn onverwacht overlijden, ruim twee maanden later, konden de ontwerpen voor de overige boeken niet door hem worden voltooid. Voor tekst en toelichting van boek 5 was nog een vrij volledig concept aanwezig, dat tot uitgangspunt werd genomen door het 'driemanschap' (J. Drion, J. Eggens en F.J. de Jong) voor het op 25 mei 1955 aangeboden ontwerp. Meer voorlopige concepten van Meijers lagen ten slotte ten grondslag aan het op 30 oktober 1961 aangeboden ontwerp voor boek 6 (in het driemanschap was intussen J. Eggens door G. de Grooth vervangen) en aan het in november 1972 ingediende ontwerp van boek 7 (door een aantal bewerkers opgesteld onder F.J. de Jong als coördinator). Toen boek I van het Nieuw BW in 1970 werd ingevoerd kwam een postzegel uit met de beeltenis van Meijers.

Meijers was iemand die door zijn wijze van optreden op de meeste mensen die met hem in aanraking kwamen bijzonder veel indruk maakte. Dat was zeker niet alleen het gevolg van zijn door iedereen - ook door zijn tegenstanders - erkend superieur intellect, zijn fenomenaal geheugen en zijn beheersing van de meest uiteenlopende materies, maar ook en bovenal van zijn krachtige persoonlijkheid. Door sommigen - ook onder zijn leerlingen - is hij moeilijk toegankelijk genoemd; anderen wijzen echter op een achter uiterlijke onbewogenheid verborgen warme belangstelling en vriendschap. Hij was een bescheiden man, aan wie elke neiging om te imponeren vreemd was. Hij had de gave, zich sterk te kunnen concentreren, ook in een roezige omgeving. Hij werkte uitzonderlijk snel en citeerde vaak uit het hoofd; dit heeft helaas wel tot onnauwkeurigheden in zijn geschriften geleid. Zijn belangstelling was bijzonder breed en zijn speurzin legendarisch. Echter, 'hij ging in zijn verstandswerk niet onder' (Cleveringa, Levensbericht. . .); hij was goed in verschillende sporten en maakte met name deel uit van een beroemde wandelclub met vier andere Leidse hoogleraren (J.A.J. Barge, H.J. Heering, J. van der Hoeve en J. Huizinga).

Meijers' grote betekenis is buiten onze grenzen nog tijdens zijn leven erkend (hij was eredoctor van de Universiteiten van Aberdeen, Brussel, Glasgow, Leuven, Parijs en Rijssel) en wordt nog steeds hoog aangeslagen. Zijn voornaamste en meest blijvende verdiensten in internationaal kader liggen ongetwijfeld op het gebied van de rechtsgeschiedenis. Het is vooral de combinatie van twee eigenschappen die zijn rechtshistorisch werk zo uniek maakt: enerzijds de gave om veelal volkomen onbekend bronnenmateriaal op te sporen en in het juiste historische kader te plaatsen, anderzijds het vermogen om met een geweldige intuïtie daar die gedachten uit naar voren te halen en met elkaar in verband te brengen, die voor de latere rechtsontwikkeling van betekenis zijn geweest.

Gehuwd ‎13 aug 1909 (26 Av 5669) Watergraafsmeer, Noord-Holland, Nederland, bron: Genlias Huwelijken/Marriages (44 jaar gehuwd) met:

woman Tony Gottschalk‏‎ #45747‎, dochter van Robert Gottschalk en Olga Heijmann‏.
Geboren ‎11 jun 1885 (28 Sivan 5645) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland‎, bron: Boek: Joden in Leiden en omgeving 1933 - 1945

Kinderen:

1.
woman Olga Judith Meijers‏‎ #45748
Geboren ‎25 sep 1910 (21 Ellul 5670) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland (persoonslijst CBG Olga Judith Meijers 25-09-1910)‎, bron: Boek: Joden in Leiden en omgeving 1933 - 1945, overleden ‎24 aug 2003 (26 Av 5763) Amsterdam, Noord-Holland, Nederland (persoonslijst CBG Olga Judith Meijers 25-09-1910)‎, 92 jaar, bron: Persoonskaart/ persoonslijst CBG (E)
2.
woman Nora Meijers‏‎ #45749
Geboren ‎26 dec 1911 (5 Tevet 5672) Leiden, Zuid-Holland, Nederland‎, bron: Boek: Joden in Leiden en omgeving 1933 - 1945, overleden ‎4 dec 2000 (7 Kislev 5761) Den Haag, Zuid-Holland, Nederland (persoonslijst CBG Nora Meijers 26-12-1911)‎, 88 jaar, bron: Persoonskaart/ persoonslijst CBG (E)
3.
woman Tony Tine Meijers‏‎ #45750‎
Geboren ‎6 apr 1913 (28 Adar II 5673) Leiden, Zuid-Holland, Nederland‎, bron: Boek: Joden in Leiden en omgeving 1933 - 1945
4.
woman Clara Caritas Meijers‏‎ #45751‎
Geboren ‎3 feb 1918 (21 Shevat 5678) Leiden, Zuid-Holland, Nederland‎, bron: Boek: Joden in Leiden en omgeving 1933 - 1945

Gezins gebeurtenissen
Neem contact op.